Bob Dylan - Vorst Nationaal - 28/04/2002

Bob Dylan speelt beste concert in België totnogtoe
CONCERT
30/04/2002
Peter Mestach

BRUSSEL -- Van Bob Dylan wordt gezegd dat hij niet meer kan zingen, en beter zou stoppen met toeren. Maar de negenduizend aanwezigen die zondagavond Dylans achtste passage in Vorst-Nationaal ondersteunden, kregen er niet genoeg van. De man liet een verpletterende indruk.

Het kan verkeren. Zaterdag in Oberhausen wist Dylan bij momenten niet waar zijn microfoon stond en wisselde hij grote momenten af met ronduit vervelende. Nauwelijks een etmaal later haalde de bijna 61-jarige zanger alle trucs uit zijn oude knoken en gaf hij de uitverkochte zaal in Brussel een reeks fenomenale uppercuts.

Dylan ziet er dezer dagen uit als een replica van Hank Williams: in een wit western maatpak en met een zwarte Stetson op het hoofd dirigeert hij zijn band alsof die in een saloon in Nashville staat. Maar wanneer Dylan en groep iets over achten openden met ,,Hallelujah, I'm ready to go'' (als hillbilly gearrangeerd), keek de zaal met torenhoog respect toe: deze man is uitgegroeid tot dé rondreizende vertegenwoordiger van alle typisch Amerikaanse rootsstijlen (,,americana'').

Het draait allemaal rond emoties en de verwerking ervan. Daarin is Dylans setlist geen toevallige jackpot die elke avond even varieert. De songkeuze is weldoordacht en het hele concert smacht haast therapeutisch naar betere tijden. Dylan speelt daarin de rol van de scheidsrechter, soms smalend uithalend als mentale jack-ass (,,Cry awhile''), maar eveneens als de ultieme verleider (,,Moonlight'').

Zijn band draagt natuurlijk in grote mate bij tot de ontspannen manier waarop Dylan musiceert. Met een klasbak als Jim Keltner achter de drums evolueerde een huppelend ,,Tweedle dee and tweedle dum'' (een van de vijf songs die hij uit de nieuwe cd, Love & theft, speelde) tot rockabilly waarop totnogtoe enkel Carl Perkins een patent had.

En toen de multi-instrumentalist Larry Campbell de viool bovenhaalde voor een adembenemend ,,If you see her, say hello'' lag Vorst aan Dylans voeten. Nooit eerder haalde de bard zo sterk uit, nooit eerder zong hij zo intens en zuiver.

Dat kan tellen, want Dylan heeft al een speciale band met Brussel, zoals hilarisch benadrukt werd in een verrassend sterk, akoestisch ,,When I paint my masterpiece'', waarin hij schaterlachend de hoofdstad tot driemaal toe herhaalde.

Een aantal klassiekers liet hij voor wat ze waren. Liever concentreerde hij zich op bij momenten briljante lezingen van poëtische hoogstandjes zoals ,,Visions of Johanna''. Broos, teder en ter plekke voorzien van grappige tekstaanpassingen (of herhalingen, maar dat is Dylan).

Zijn harmonicaspel beperkt zich dezer dagen tot de intro van een nummer. Dat is zoiets als je favoriete menu starten met het dessert. Uiteraard waren een aantal ,,Bobcats'' daar minder gelukkig om, maar ook dat hoort erbij. Al die tijd stond zijn Oscarbeeldje (voor ,,Things have changed'') te blinken op zijn stokoude versterker.

Met de swingbeat van ,,Summer days'' nam het concert plots een bocht van 180 graden. Meteen werd de zaal een ouderwetse danstent en de gitarist Charlie Sexton, die hoe langer hoe meer de look en de licks van Robbie Robertson met klasse voortzet, speelde zo los uit de pols dat zijn werkgever vol adoratie toekeek.

Zelfs een van zijn mooiste gospelsongs, ,,I believe in you'', kreeg in Vorst een voorkeursbehandeling. Enkel de voorspelbare afsluiter, ,,Rainy day women'', kwam mak en braafjes over en vormde geen orgelpunt van een historische avond.

Na bijna twee uur verliet Dylan het podium om terug te komen voor een lange reeks bisnummers. Daarin kreeg Vorst een aantal klassiekers, maar ditmaal concentreerde de uitvoerder zich wél op die extra ronde. ,,Love sick'' betekende vijf intense minuten. En zelfs een tourstable als ,,Like a rolling stone'', met alle zaallichten aan en een massa die tot in de nok uit de bol ging, zat weerom vol vitriool en gif voor een met uitsterven bedreigde vrouwenkaste.

Bijna een half uur later kwam een onvermoeibare cabaretier nog eenmaal terug voor een mokerhard ,,All along the watchtower'', dat nog dreigender klonk dan wat Jimi Hendrix en Neil Young er samen in hun beste dagen mee deden.

Onder een staande ovatie boog Dylan met evenveel respect voor zijn publiek zijn linkerknie, zonder erdoor te gaan. Wie dezer dagen nog door Europa reist en te lande een affiche voor 's mans concerten ziet, is gewaarschuwd: the man is on a mission.

  • Bob Dylan, Brussel, Vorst-Nationaal, zondag 28 april.

  • ©Copyright De Standaard